Vermist meisje niet in graf van gangsterbaas

Geplaatst door: 14/05/2012

In de Basilica di Sant’Apollinare, vlakbij Piazza Navona in Rome, is vandaag het graf van gangsterbaas Enrico De Pedis geopend. Het lichaam van de 15-jarige Emanuela Orlandi, die al 29 jaar spoorloos is, is niet in het graf aangetroffen. Dat heeft de advocaat van de familie Orlandi laten weten, meldde het Italiaanse persbureau ANSA. In het verleden doken steeds weer geruchten op dat de dochter van een koerier die bij het Vaticaan werkte, bij De Pedis te ruste was gelegd. Het lichaam van de vermoorde gangster, een kopstuk van de zogenaamde Bende van Magliana, werd in 1990 met instemming van het Vaticaan bijgezet in de Sant’ Apollinarebasiliek. Dat was een bijzonder voorrecht dat in principe alleen aan kardinalen en andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders is voorbehouden.

Emanuela verdween op 22 juni 1983, toen zij onderweg was van haar school naar haar ouderlijk huis in het Vaticaan. Vorig jaar beweerde een oud-lid van de bende van De Pedis dat zij was ontvoerd om het Vaticaan te dwingen geld terug te geven dat de maffiabaas en zijn handlangers in de bank van het Vaticaan hadden geïnvesteerd. Het lichaam van De Pedis blijft overigens niet in de crypte van de kerk. Het wordt de komende dagen overgebracht naar Campo Verano, een gewone begraafplaats.

Spaanse Trappen nu op hun mooist

Geplaatst door: 10/05/2012

De Spaanse Trappen liggen er momenteel op hun mooist bij. Dat heeft alles te maken met de jaarlijkse traditie om de wereldberoemde trappen samen met de komst van het echt mooie lenteweer te versieren met azalea’s. L’infiorata zorgt er voor dat toeristen nog meer foto’s van de plek maken dan ze anders zouden doen. Het is dan ook inderdaad telkens opnieuw mooi om zien. Je kan er niet voorbij wandelen zonder even stil te staan en even te genieten van de bloemenpracht. Hoewel veel eenvoudiger van opzet kan je het een beetje vergelijken met de bloementapijten die in België en Nederland nu en dan worden gelegd op bekende pleinen. In Rome vormen de bloemen vooral een eerbetoon aan de maand mei, misschien wel een van de beste maanden om Rome te bezoeken.

De traditie om de Spaanse Trappen aan te kleden met azalea’s is al meer dan zestig jaar oud. De eerste keer gebeurde dit in 1951. Dit jaar staan er niet minder dan vijfhonderd en dat zijn er iets meer dan vorig jaar. Ze bloeien nog steeds omdat er momenteel een ideale temperatuur heerst en het zonlicht nog net niet te fel is om de bloemen snel uit te drogen. Het gebruik van bloemen om de komst van de lente te vieren is ook terug te vinden in rituelen uit de oudheid. De reden waarom de stad Rome er tegenwoordig ook mee uitpakt is louter decoratief. De Spaanse Trappen worden aangekleed door specialisten en medewerkers van de stedelijke bloemen- en plantenkwekerij van Rome. Ze presenteren meestal meerdere variëteiten van azalea’s die ze voornamelijk selecteren op kleur. De witte azalea die wordt gebruikt draagt zelfs de naam Bianca di Piazza di Spagna.

Binnen de familie van rhododendron, de wetenschappelijke naam, zijn er meer dan 25.000 rassen en hybriden bekend. Wegens de omvang is een aantal planten is nog eens onderverdeeld in andere soorten. Rhododendrons zijn geliefd als sierplanten in tuinen en parken. Behalve mooi is de azalea vooral ook zeer giftig. De plant was in het verleden erg berucht omdat ze door de maffia en andere gangsters vaak werd gebruikt om een tegenstander duidelijk te maken dat hij maar beter op z’n tellen kon passen. Het bezorgen van een boeket met deze bloemen in een zwarte vaas werd aanzien als een regelrechte doodsbedreiging. Behalve in de bladeren zit de gifstof ook in de meeldraden en deze kan hierdoor terechtkomen in de honing van bijen die zich met de nectar van rododendrons hebben gevoed. Deze honing kan hallucinerend werken. In de oudheid vertelde de schrijver Xenophon reeds over het speciale gedrag van soldaten, die zich met dergelijke honing hadden gevoed. Voor paarden kan het eten van de plant dodelijk zijn.

Het is een ironische speling van de geschiedenis dat de Spaanse Trappen helemaal niet Spaans zijn. In de 17de eeuw wilden de Fransen de Trinità dei Monti verbinden met het plein beneden. Dit plan werd echter tegengehouden, omdat het ontwerp een prominente plaats voor een standbeeld van Lodewijk XIV voorzag. Dat zag de paus niet zitten. In 1723 belastte paus Innocentius XIII de Italiaanse architect Francesco de Sanctis met het werk, die samen met Alessandro Specchi een ontwerp presenteerde dat zowel voor de Fransen als de paus aanvaardbaar was. Van het standbeeld van Lodewijk XIV was in het nieuwe ontwerp geen sprake meer en de Fransen kregen uiteindelijk hun trapverbinding. Maar al meteen begonnen de mensen de nieuwe verbindingsweg te omschrijven als de Spaanse Trappen. Dat kwam omdat op het plein beneden, de Piazza di Spagna, zo geheten werd omdat daar sinds de 17de eeuw de Spaanse ambassade was gevestigd. De Spaanse ambassade van de Heilige Stoel bevindt zich daar trouwens nog altijd.

Nog sterker is dat het plein, voordat de ambassade er neerstreek, Piazza di Francia heette. Op een of andere manier maakten de Romeinen destijds, na de bouw van de trap, veel vlugger de link naar Spanje dan naar Frankrijk, zodat de Fransen al gauw moesten vaststellen dat hun trapverbinding, waarvoor ze zoveel moeite hadden gedaan, door iedereen werd en nog steeds wordt toegeschreven aan de Spanjaarden.

Nochtans hadden ze echt wel moeite gedaan om de trappen te verbinden met zoveel mogelijk Franse elementen. De trappen werden gebouwd tussen 1723 en 1726, met geld van de Franse ambassadeur Etienne Gueffier, die in 1661 een bedrag van 24.000 scudi naliet. Hij wilde een mooie trap die de ongemakkelijke smalle paadjes naar boven moest vervangen. Onderaan de trap, op de pilaartjes, hebben de bouwers Franse lelies ingewerkt. Geen mens die dat nog ziet en als het al wordt opgemerkt denkt men meestal dat het de lelie is uit het Farnese-wapen. De Spaanse Trappen tellen tien keer twaalf treden en drie terrassen, wat een verwijzing is naar de Trinità dei Monti (Drievuldigheid van de bergen). Deze kerk was de laatste rustplaats voor de pelgrims die naar de Sint-Pietersbasiliek trokken.

Een kleine geschiedenis van de klassieke oudheid

Geplaatst door:

Wie was de schrijver van de Ilias en de Odyssee? Wanneer was de Slag bij Salamis? Toe hoe ver reikte de veroveringstocht van Alexander de Grote? Wat was het principaat? Welke betekenis heeft de Romeinse keizer Constantijn gehad voor de verspreiding van het christendom? Het zijn maar enkele van de vele vragen die de oude geschiedenis oproept. In Een kleine geschiedenis van de klassieke oudheid wordt een helder overzicht gepresenteerd van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Grieks-Romeinse geschiedenis. Voor de prijs hoef je het niet te laten: het boek kost net geen 10 euro.

Vanaf de Minoïsche beschaving op Kreta tot de ondergang van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw wordt het verhaal verteld van de belangrijkste personen die hun stempel op de geschiedenis hebben gedrukt. Daarnaast krijgen ook maatschappelijke en economische ontwikkelingen de nodige aandacht. Het boek is zo ingedeeld dat de lezer elk onderwerp snel kan vinden. Daarmee is Een kleine geschiedenis van de klassieke oudheid een compact en praktisch boek voor iedereen die in een mum van tijd de altijd boeiende hoogtepunten uit de antieke geschiedenis wil lezen.

Auteur Herman Beliën is historicus. Hij schreef diverse onderwijsboeken, reisgidsen en historische boeken voor een groter publiek, zoals Een kleine geschiedenis van Nederland. Co-auteur Fik Meijer is emeritus hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef verscheidene succesvolle boeken over Rome en de oudheid, waaronder Keizers sterven niet in bed, Gladiatoren, Wagenrennen, Macht zonder grenzen en De Middellandse Zee.

Een kleine geschiedenis van de klassieke oudheid
Auteurs: Herman Beliën, Fik Meijer
Taal: Nederlands
Afmetingen: 14 x 200 x 125 mm
Gewicht: 205 g
Aantal pagina’s: 152
Prijs: 9,95 euro
Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, eerste druk
Verschijning: vanaf 1 april 2012
ISBN 9789035137691

Nieuw museum op komst in Colosseum

Geplaatst door: 09/05/2012

Het voorbije weekend had in het Colosseum de vooropening plaats van een nieuw permanent museum dat de nadruk legt op de ontstaansgeschiedenis van het Flavisch Amphitheater. Er worden een aantal bijzondere archeologische vondsten en artefacten getoond die in en rond het Colosseum zijn ontdekt, gaande van dierenbeenderen tot stenen met graffiti uit de oudheid. Het idee van een permanente expo over de geschiedenis van het monument is er gekomen na het succes van de diverse tentoonstellingen die de voorbije jaren in het Colosseum werden gehouden.

Het Colosseum werd gebouwd op de plaats waar keizer Nero, ter verfraaiing van zijn Domus Aurea, een kunstmatig meer had laten aanleggen. Keizer Vespasianus, de opvolger van Nero, probeerde de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen en de gunst van het volk terug te winnen. De bouw van het Colosseum op de plek van het meer, dat men inmiddels met afwateringskanaaltjes richting Tiber had drooggelegd, paste in dat streven.

Bovendien spaarde de keuze voor deze locatie veel grondverzet, omdat het immense bouwwerk enorme fundamenten vereiste. De vallei waarin het meer zich bevond was ongeveer vijf voetbalvelden groot. Het elliptische grondvlak van het Colosseum is (over de assen gemeten) 188 bij 156 meter groot en heeft een omtrek van 527 m. De hoogte van de gevel is 48,50 meter.

De tentoonstellingsruimte is vooral didactisch bedoeld, maar de informatieve panelen, het resultaat van recente studies en nieuwe interpretaties, worden afgewisseld met een 500-tal vondsten die door de archeologen werden gekozen uit de Romeinse opslagplaatsen als zijnde illustratief en interessant. Daaronder bijvoorbeeld ook het paard uit de Julisch-Claudische periode, dat drie jaar geleden vlak bij het Colosseum, aan de kant van de Celio, werd ontdekt. Men vermoedt dat het beeld dienst heeft gedaan als versiering van het Colosseum maar oorspronkelijk waarschijnlijk afkomstig was uit de Domus Aurea en gerecupereerd door Vespasianus.

Aandacht is er natuurlijk ook voor het leven en werk van de gladiatoren, dit in de vorm van modellen, decors, beenderen van paarden, beren en tijgers en andere dieren die in het Colosseum werden ingezet en intacte kleurrijke versieringen die de gladiatoren bij zich droegen als amulet of symbool. Voorts ook originele inscripties en graffiti, in de oudheid neergeschreven door supporters van de strijders en een overzicht van de architectuur van het monument, geïllustreerd met resten van zuilen, friezen en kapitelen.

Het nieuwe museum zal pas echt tot volle ontplooiing komen na de restauratie van het Colosseum – bekostigd door privé-ondernemer Diego Della Valle – en die, na maanden uitstel en administratieve problemen, maar niet lijkt te beginnen. Zopas raakte bekend dat een uitspraak in hoger beroep, na een klacht van concurrenten tegen de mededingingsprocedure van het project, pas op 20 juni zou worden behandeld.

In het restauratieproject is alleszins een nieuw extern servicecentrum voorzien waarin onthaal, kassa, toiletten en een boekhandel worden ondergebracht. De bouw daarvan krijgt voorrang. Daardoor komt er in het Colosseum meer plaats vrij en kan de tentoonstellingsruimte zich uitbreiden tot in de meeste gangen. Dat moet eind dit jaar een feit zijn, al zal dat met al de vertragingsprocedures wel een utopisch streefdoel zijn…

Keizer Constantijn is nog steeds actueel

Geplaatst door:

De Romeinse keizer Constantijn is nog steeds actueel. Dat was de slotsom van een recent Vaticaans congres, precies 1700 jaar na het begin van Constantijns heerschappij. Wat valt er nog over de keizer te zeggen en in hoeverre is hij nog actueel in een steeds meer geseculariseerde samenleving? Dat was de insteek van de Pauselijke Commissie voor Historische Wetenschappen, die over dit onderwerp een driedaags seminarie hield. De bijeenkomst werd gehouden in het Vaticaan en in het Lateraans Paleis, tot 1308 de officiële zetel van de paus, wiens verre voorganger Constantijn zou hebben gedoopt. De overwinning van Constantijn op mede­keizer Maxentius in het jaar 312 luidde het begin van een nieuwe periode in. De beroemde slag bij de Milvische brug in Rome legde mee de basis van de latere Europese geschiedenis en die van het christendom.

Constantijn I, beter bekend als Constantijn de Grote, was de eerste keizer van Rome die zich tot het christendom bekeerde, een godsdienst die hij na zijn overwinning van de veldslag aan de Milvische brug, steeds meer omarmde. Voor de strijd zou Constantijn een visioen hebben gehad waarna hij zijn mannen opdracht gaf om op hun schilden een kruis te schilderen. Hij liet zich uiteindelijk ook dopen – waarschijnlijk pas op zijn sterfbed – en in 313 vaardigde Constantijn een edict uit waarbij het christendom definitief op de kaart kwam te staan.

Achter de bekering van Constantijn kunnen wel wat vraagtekens worden geplaatst. De keizer zou mogelijk uit opportunistisch oogpunt het christendom hebben omarmd, omdat de religie snel groeide. Constantijn schonk later wel immense landgoederen en andere geschenken aan de christelijke kerk. Ook stichtte hij een hoofdstad in de oostelijke provincies, die hij Constantinopel noemde (het huidige Istanbul in Turkije). Dit werd later de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk.

Voor priester Bernard Ardura, de commissievoorzitter van het recent gehouden Vaticaanse congres, betekende Constantijns overwinning “de basis van een nieuwe wereld” die gekenmerkt wordt door religieuze vrijheid. Toch werd het begrip van religieuze vrijheid zoals wij dat kennen mogelijk lange tijd anders ingevuld. Eigenlijk was het niet eerder dan ten tijde van het tweede Vaticaanse concilie (1962-1965) dat de Rooms-Katholieke Kerk de vrijheid van religie erkende. Het concilie bepaalde dat mensen de plicht hebben naar de waarheid te zoeken, maar ook dat niemand kan worden gedwongen die waarheid aan te nemen.

Constantijns rol was zeker belangrijk voor het christendom, meent historicus Giovanni Maria Vian, de hoofdredacteur van het Vaticaanse dagblad L’Osservatore Romano . “Maar ook zonder hem zou het christendom vermoedelijk eenzelfde soort ontwikkeling hebben doorgemaakt. Hij heeft nooit de heidense gebruiken definitief opgegeven, de vervolging van christenen was al voor het aantreden van Constantijn gestopt en het christendom werd pas bijna vijftig jaar na Constantijns dood de officiële religie van het rijk.

Flavius Valerius Constantinus, de zoon van Constantius I Chlorus en Helena, werd in 306 na de dood van zijn vader in Eburacum (York) door het leger uitgeroepen tot diens opvolger als Augustus (opperkeizer) van het westen van het Romeinse Rijk. In het Britse York bevindt zich nog steeds een (modern) standbeeld van Constantijn. Door de Augustus in het Oosten, Galerius, slechts als Caesar (onderkeizer) erkend, bezat hij aanvankelijk alleen Britannia en Gallië (residentie Trier).

In 307 huwde hij Fausta, dochter van de vroegere keizer Maximianus, wiens zoon Maxentius in 306–307 Italië en Spanje, later ook Africa, op de ‘wettige’ Augustus Severus had veroverd. Constantijn ontnam Maxentius in 310 Spanje en versloeg hem in 312 bij de Pons Milvius, ten noorden van Rome. Vóór deze slag zou hij in een visioen het kruisteken aan de hemel hebben gezien, met als onderschrift ‘Overwin met dit teken’. Ter herinnering aan deze verovering werd te Rome een triomfboog, de Boog van Constantijn, opgericht die in 315, bij zijn tienjarig regeringsjubileum, werd ingewijd.

In 313 vaardigde hij samen met zijn medekeizer Licinius (als opvolger van Galerius, Augustus van het oostelijk rijksdeel) het Edict van Milaan uit, waarbij (evenals reeds eerder in Galerius’ Edict van Serdica, het huidige Sofia, in 311) het christendom als gelijkgerechtigde religio licita ( ‘geoorloofde godsdienst’) werd erkend.

Een reeks conflicten (sinds 316) met Licinius eindigde in 324 met diens nederlaag; Constantijn was nu alleenheerser. Hij riep de Synode van Nicea bijeen (het eerste oecumenisch concilie, in 325), waarop het arianisme werd veroordeeld. In het naburige Byzantium was hij in 324 begonnen met de bouw van zijn residentie, het ‘Nieuwe Rome’, later Constantinopolis geheten, die in 330 werd ingewijd.

In 335 stelde hij zijn zoons Constantius, Constantijn en Constans en zijn neef Dalmatius als Caesares aan, elk over een stuk van het rijk (nu verdeeld in 4 prefecturen, 14 diocesen en 117 provincies). Op weg voor een veldtocht tegen de Perzen stierf hij.

In de reorganisatie van de staat voltooide Constantijn voornamelijk het werk van zijn voorgangers (vooral Diocletianus): absolute monarchie (dominaat) met bijbehorende bureaucratie; erfelijkheid van beroepsstanden (o.a. de aan de bodem gebonden, half-vrije coloni) en dwanggilden onder staatscontrole; hofceremonieel met keizerlijk diadeem en purper, hiërarchie van kamerheren en intriges – in 326 liet Constantijn zijn zoon Crispus en zijn vrouw Fausta doden, al wordt ook wel verteld dat Fausta’s leven werd gespaard en werd verbannen -, de definitieve scheiding van militair en burgerlijk bestuur, en in het leger (waarin hij veel Germanen opnam) van limitanei (grenstroepen) en comitatenses (veldleger).

De grootste vernieuwing die Constantijn doorvoerde blijft zoals gezegd het feit dat hij het Romeinse Rijk onder bescherming stelde van de God van de christenen, tot dusver een zwakke minderheid. Hoewel hij zich eerst op zijn sterfbed liet dopen, dateert zijn sympathie met, zo niet zijn daadwerkelijke bekering tot het christendom waarschijnlijk al van 312.

Hij schonk privileges (o.a. vrijstelling van belastingen en erkenning van de rechtspraak van de bisschoppen) aan de christelijke geestelijkheid, die nu naast leger en ambtenaren een bevoorrechte stand werd; door opneming van de bisschoppen in de staatshiërarchie werd de clerus in de bestaande kaders ingelijfd. Daar hij eenheid van christelijke eredienst als een vereiste zag, wilde Gods zegen op het rijk blijven rusten, trachtte hij (meestal tevergeefs) als amateur-theoloog te bemiddelen in conflicten als met de donatisten in Africa en met de arianen.

Hoewel hij de kerk begunstigde, ontzag hij de aanhangers van de oude religies (de grote meerderheid van zijn onderdanen) en uit zijn officiële stukken spreekt slechts een vaag monotheïsme. In zijn visie op geloofskwesties was hij trouwens zeer afhankelijk van beïnvloeding door zijn omgeving (vooral van zijn ‘hoftheoloog’, de bisschop en kerkhistoricus Eusebius van Caesarea). In plaats van de cultus van de levende keizer (sinds de 3de eeuw verplicht, ook in het westen) kwam nu het christelijk keizerschap bij de gratie Gods.

Door de stichting van de tweede, principieel-christelijke hoofdstad Constantinopel (niet als Rome belast met de tradities van de oude religie) werd enerzijds, tegen Constantijns bedoeling in, het zwaartepunt van het rijk al naar het Griekse oosten verschoven en de grondslag gelegd voor het Oost-Romeinse, later Byzantijnse Rijk, waar het door hem bewerkstelligde verbond van staat en kerk in stand bleef.

Dat anderzijds in het politieke vacuüm van het westen de kerk erfgenaam zou worden van het verbrokkelde Imperium Romanum, heeft deze visionair, kiezend uit innerlijke overtuiging en zich bewust van zijn goddelijke zending, evenmin kunnen voorzien. Constantijn werd in de 5de eeuw heilig verklaard, een heiligverklaring die echter in het westen nooit officieel is geaccepteerd.

Constantijn de Grote wordt in de beeldende kunst meestal afgebeeld als keizer, met de linkerhand het gevest van het zwaard omvattend en in de rechterhand een lans die eindigt in het labarum. In de middeleeuwen bleef de herinnering aan hem levendig, zoals o.m. de ruiterstandbeelden van Constantijn aan de gevels van kerken bewijzen. Uit de renaissance is het bekendste monument de Sala di Constantino in het Vaticaan, met fresco’s van Giulio Romano en andere leerlingen van Rafaël, die gebeurtenissen uit zijn leven uitbeelden.

Vaticaan heeft meer Zwitserse gardisten nodig

Geplaatst door: 04/05/2012

De Zwitserse Garde, het oudste nog bestaande politiekorps ter wereld, gaat zijn rekrutering verbeteren om de kwaliteit maar vooral het aantal gardisten te kunnen verzekeren. Binnenkort worden negen oud-gardisten in de verschillende regio’s van Zwitserland ingezet om geïnteresseerde jongeren aan te spreken. De Zwitserse Garde, in het Italiaans de Guardia Svizzera Pontificia , werd opgericht via een decreet in 1505 door paus Julius II. Alleen rooms-katholieke mannen uit Zwitserland mogen lid worden van het korps, op voorwaarde dat zij niet ouder zijn dan dertig en niet kleiner dan 1,74 meter. Jongeren engageren zich om minstens twee jaar lid te blijven van het korps. Nu zondag, op 6 mei, leggen de nieuwe leden van de Zwitserse Garde traditioneel hun eed af. Dit jaar zijn er slechts 26 nieuwe rekruten, het laagste aantal sinds vijf jaar. Het korps heeft jaarlijks een dertigtal nieuwe gardisten nodig.

Urs Breitenmoser, de informatieverantwoordelijke van het korps, beklemtoont dat de eerste contacten ter plaatse met nieuwe rekruten van essentieel belang zijn. Daarom worden die lokale contacten nu versterkt. De centrale rekruteringsdienst blijft uiteraard bestaan. Plaatselijke partners blijven ook in de toekomst voordrachten houden in Zwitserland en publiciteit maken voor de Zwitserse Garde.

Koningen en ook andere vorsten hebben vanaf de late middeleeuwen Zwitserse huursoldaten geworven. Deze mannen golden als voorbeeldige soldaten en zij waren trouw aan hun (betalende) meester en hadden geen band met het (vaak oproerige) volk. Een Zwitserse gardist werd aangeworven voor de paus en voor de koning van Frankrijk maar ook de Oranjes hadden Zwitserse hellebaardiers in dienst. De Zwitsers waren trouw zo lang zij betaald werden. Vandaag is er nog één Zwitserse Garde in functie, die van Rome.

Dit korps, ook wel eens foutief het kleinste leger ter wereld genoemd, wordt voor het eerst vermeld in een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht. De eerste Zwitsers, een ploeg van 150 man, arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Ondertussen zijn de gardisten al eeuwen lang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie.

Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren. In principe gaat het om contracten van 2 jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,74 m groot. De wachters mogen geen baard dragen. Officieren daarentegen moeten juist wel gehuwd zijn. De gewone soldaten hoeven niet celibatair te leven, maar om te mogen trouwen moeten zij minstens drie jaar gediend hebben en zich willen vastleggen voor nogmaals drie jaar. Ze worden dan in principe bevorderd tot officier. Hoewel ze vrije dagen hebben en mogen uitgaan is ergens anders overnachten dan in de slaapzalen van hun kazerne in het Vaticaan wel ten strengste verboden, tenzij mits uitzonderlijke toestemming.

De gardisten krijgen een loon van amper 1.300 euro. Maar zodra ze het korps verlaten vinden ze bij hun terugkeer in Zwitserland dankzij hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job. Anderzijds hebben ze ook weinig kosten. Voeding, kleding, medische zorgen en dergelijke worden allemaal door het Vaticaan betaald. Het motto van het korps is: “Acriter et fideliter” (dapper en trouw). Het Italiaans van de wachters is vaak nogal gebrekkig en hun accent uiteenlopend, wat verraadt dat het Zwitserse korps ook de verschillende talengroepen vertegenwoordigt.

Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde ‘Schultern’, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. De hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger.

Bij de plundering van Rome (de Sacco di Roma) door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. De paus kon ontsnappen naar de Engelenburcht. Dat gebeurde via de passetto , een versterkte ontsnappingsroute die over een afstand van ongeveer 800 meter het Apostolisch paleis in Vaticaanstad verbindt met de Engelenburcht. De passetto is vandaag nog alijd intact en uitzonderlijk kan je er zelfs in, al kan je uiteraard niet doordringen tot in de pauselijke vertrekken. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat herinnert aan de bloedige reddingsactie in 1527. Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Dat gebeurt op het Sint-Damasiusplein.

Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid). De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (kleuren van de Medici-familie) zouden volgens vele reisgidsen ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Het huidige uniform is een creatie van commandant Jules Repond, die van 1910 tot 1921 in het korps diende. Naast dit bekende uniform wordt tijdens de gewone dagtaken ook nog een blauw uniform gedragen. De gala-uniformen worden enkel gedragen bij bijzondere gelegenheden en eucharistievieringen. Ze dragen dan de hellebaard, handschoenen en een helm met rode veren. Op het herdenkingsfeest van de Plundering van Rome op 6 mei dragen ze ook een harnas.

Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een dolk en een automatisch pistool, een instrument met meer effectieve stopkracht dan een middeleeuwse hellebaard. Elke gardist wordt echter nog steeds getraind in het gebruik van zwaard en hellebaard. Overigens wordt het Vaticaan behalve door de Garde ook bewaakt door andere Vaticaanse veiligheidsfunctionarissen en de Italiaanse politie. De wachters beschikken ook over een hypermoderne handcomputer, een geschenk van Motorola. De kleine draagbare computers zijn draadloos verbonden met een centrale server, waar ondermeer wordt gecontroleerd of de nummerplaten van de auto’s die het Vaticaan binnenrijden officieel geregistreerd zijn. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.

In april 2003 haalde het korps het wereldnieuws toen voor de eerste keer sinds de oprichting een niet-blanke tot de Zwitserse garde toetrad. Deze primeur was bestemd voor de in India geboren Dhani Bachmann, die als kind door Zwitserse ouders werd geadopteerd en in Zwitserland opgroeide.

Sinds 1999 moeten kandidaten een psychologische test ondergaan. De aanleiding daarvoor was het bloedbad dat de 23-jarige vice-korporaal Cédric Tornay een jaar eerder had aangericht. Hij schoot zijn pasbenoemde commandant Aloïs Estermann, diens vrouw en zichzelf dood. Tornay zou tot zijn daad zijn gekomen, omdat Estermann hem voor een onderscheiding en een promotie zou hebben gepasseerd. De traditionele eedaflegging werd toen twee dagen uitgesteld. Het officiële verslag van het Vaticaan meldde dat Tornay de twee anderen had doodgeschoten met zijn dienstwapen in een “vlaag van waanzin”. Daarna pleegde hij zelfmoord. Maar later kwam aan het licht dat beide gardisten een relatie met elkaar hadden, tot Tornay zijn overste op een dag met een andere man betrapte. Toen Tornay na tal van pesterijen besloot om de Zwitserse Wacht te verlaten, weigerde Estermann hem de medaille uit te reiken waar hij recht op had. Toen sloegen bij Tornay de stoppen helemaal door. Estermann, die de paus lijfelijk had beschermd bij de aanslag van 1981, kreeg een praalbegrafenis in de Sint-Pietersbasiliek. Tornay kreeg een sobere dienst in een kerkje aan de rand van de stad.

De diensttijd van een Zwitserse gardist bij de Heilige Stoel telt niet mee als legerdienst voor de Zwitserse staat. Bovendien is de taak van een Zwitsers gardist politioneel en niet militair. Dat oordeelde de Zwitserse Bondsraad. Die erkent dat de Zwitserse gardist een eervolle en interessante opdracht vervult door de paus en zijn residentie te beschermen, maar wijst er tegelijk op dat gardisten werken in dienst van een buitenlands staatshoofd en niet als een leger dusdanig. Dat impliceert ook dat hun militaire verplichtingen in hun vaderland (twee weken per jaar) van kracht blijven, al kunnen gardisten uitstel bekomen om die na hun taak bij de Zwitserse garde te vervullen.

De gardisten hebben een eigen tijdschrift. Er bestaat ook een vereniging van voormalige gardisten, die zo’n 900 leden telt. In 2006 bestond het korps 500 jaar en dat werd toen een heel jaar lang gevierd met allerlei evenementen, waaronder een grote tentoonstelling. Er werd ook een speciale munt uitgegeven en een postzegelreeks. Een honderdtal ex-gardisten marcheerden voor de gelegenheid van Zwitserland naar Rome. Dat jaar werd in het kasteel van Penthes, nabij Genève, in het museum ook een afdeling gewijd aan de Zwitserse Gardisten.

Guardia Svizzera Pontificia
I-00120 Città del Vaticano

www.schweizergarde.va

www.schweizergarde.eu

www.schweizergarde.ch

www.vatican.va/roman_curia/swiss_guard

www.penthes.ch

Rome klopt New York als favoriete citytrip-bestemming

Geplaatst door:

Rome is tijdens de Wereldwijzer Reis Awards 2012 door Nederlandse reizigers verkozen tot favoriete bestemming voor stedentrips. Hiermee verslaat de Italiaanse stad nipt de Amerikaanse metropool New York City. Op de derde plaats eindigde het Thaise Bangkok. In de maanden maart en april van dit jaar vond de zesde editie van de jaarlijkse Reis Awards op Wereldwijzer Reisforums plaats. Tijdens dit evenement bepaalden duizenden Nederlandse reizigers welke reisorganisaties en bestemmingen de prestigieuze Reis Awards in de wacht zouden slepen. Rome wint dus de prijs van de meest favoriete bestemming.

Echte levensgenieters voelen zich thuis in Enoteca Achilli

Geplaatst door: 03/05/2012

Zoals iedere Italiaanse stad die zichzelf respecteert telt ook Rome natuurlijk een aanzienlijk aantal enoteche, waar je wijn kan proeven en meestal ook wel aankopen. Toeristen duiken meestal de voor de hand liggende winkeltjes rond Piazza Navona in om hun fles wijn, grappa of limoncello te kopen. Kenners zijn slim genoeg om vooraf even te informeren naar goede wijnadressen maar komen dan meestal toch terecht op de plekjes die in de meeste toeristische gidsen worden vermeld. Je kan natuurlijk ook zelf op zoek gaan. Want Rome is natuurlijk een klasse apart. Net als in andere grote Europese steden vind je hier zonder veel moeite de beste wijnen ter wereld. De prijs van zo’n zeldzame fles is wat je eraan wil geven. In deze nieuwsbrief laten we je kennismaken met onze favoriete enoteca. Al hebben we er eerlijk gezegd wel meer dan eentje want er zijn nog zoveel meer goede adressen.

Op zoek naar een oude grappa kwamen we vele jaren geleden per toeval terecht in Enoteca Achilli, gelegen in de Via Prefetti 15. Al gauw bleek dat dit een alles behalve gewone zaak was. De winkel is niet alleen historisch oud maar vooral mooi en charmant. Warm, gastvrij, een houten lambrisering, fraai meubilair. En rekken, heel veel rekken, met fantastische wijnen en likeuren erin. Wandelend doorheen de zaak maak je een buitengewone wijnreis, niet alleen doorheen het allerbeste van de Italiaanse regio’s, maar ook langs zeldzame en unieke wereldwijnen, champagnes, porto’s, likeuren en sterke dranken. Sinds die eerste kennismaking is Achilli voor ons een vast adresje geworden voor eender welke aankoop, of het nu voor persoonlijk gebruik is of voor een mooi geschenk.

Op zoek naar een Franse topwijn uit de jaren ’60 of ’70, geen probleem. Achilli zal er wel nog eentje in huis hebben. Probleem: je vindt nergens nog een oude grappa van een bepaald merk uit – zeg maar – het jaar 1977. Grote kans dat Achilli er nog eentje voor je zal te voorschijn toveren. Daarnaast biedt de enoteca een breed gamma van regionale producten zoals (ook superoude) balsamico, kaviaar, zalmeitjes en nog veel meer lekkere dingen voor de gastronomische levensgenieter. Ook een aantal goede sigaren, waaronder havana’s, ontbreken niet, al kan je die natuurlijk niet meer binnenshuis oproken. Klassiek wijngereedschap voor het openen, behandelen en degusteren van wijn ontbreekt evenmin.

Wat Enoteca Achilli zo bijzonder maakt is dat je er ook kan genieten en proeven van regionale specialiteiten en traditionele Romeinse zoetigheden. Nu krijg je in vrijwel iedere goede enoteca wel de kans om een lekker hapje te eten maar bij Achilli gaat dat een serieus stapje verder. Sinds 2008 is dit één van de semi-geheime restaurantjes in Rome. De enoteca werd gesticht door Gianfranco Achilli en wordt vandaag open gehouden door Cinzia Achilli en Daniele Tagliaferri. Je kan bij Achilli zowel lunchen als dineren (uitsluitend na reservatie) en dat levert in combinatie met enkele fantastische wijnen meestal een unieke eetervaring op. Er kunnen maximaal 30 mensen tegelijk eten en dan zit de zaak meer dan vol.

In de warmere maanden is er sinds vorig jaar zelfs een klein terrasje voorzien maar het is niet de bedoeling dat je daar eet. Wijn proeven kan wel en daarbij zal je zeker enkele hapjes krijgen. Je kan de eetkamer ook afhuren voor een evenementje of als degustatieruimte na een wandeling door Rome. Niets fijner dan na een mooie tocht door Rome nog enkele lekkere wijntjes te proeven. Daniele Tagliaferri trok voor het restaurant Davide Mazzoni aan, een jonge chef-kok uit Milaan, die ervaring opdeed in Frankrijk, Zweden en België. Hij beoefent naar eigen zeggen de kunst van enogastronomia en biedt slechts twee menu’s aan. In het eerste proef je uitsluitend strikt seizoensgebonden en creatieve, typisch Romeinse gerechten. Het gaat om drie smakelijke gangen volgens de inspiratie van de kok. Een fantastische ervaring.

Een tweede menu is exclusiever en moet per twee worden genomen. Dat is een verrassingsmenu van de chef in samenwerking met Krug Champagne. We durven wedden dat na een kennismaking met dit laatste menu de avond op romantisch vlak niet meer stuk kan. Het restaurant oogt stijlvol en gezellig. Ook hier veel hout, met ronde tafels voor vier en comfortabele lederen stoelen. Wijn en dranken zijn rondom je heen alomtegenwoordig. Het eten is wat duurder dan elders in de buurt, maar we hebben het hier wel over een gastromische ervaring met – vooral – fantastische wijn erbij. Want wijn blijft hier hoe dan ook de hoofdzaak. Bovendien betaal je in het restaurant niets extra voor de wijn die je consumeert, het zijn gewoon de prijzen van de winkel. Het professionele advies van een voltijdse sommelier krijg je er gratis bij.

Niemand verplicht je trouwens tot het nemen van een volledige fles. Bij Achilli staan altijd een aantal lekkere flessen open zodat je jezelf ook kan beperken tot een paar glaasjes. Al blijft dat altijd een zware beproeving wanneer je in het interieur van de zaak de lokroep van al het lekkers rondom je bijna kan horen. Cinzia Achilli en Daniele Tagliaferri zijn ervan overtuigd dat wijn een onmisbare aanvulling is bij lekker eten – wie zijn wij om hen tegen te spreken!? – en proberen dat dagelijks in de praktijk te brengen. Aan hun klanten willen ze een exclusieve ervaring bieden en hen, als het even kan, de allerbeste wijnen van Italië laten proeven.

Enoteca Al Parlamento di Achilli Gianfranco
Via dei Prefetti 15, Rome
Tel: 06 687 34 46
De winkel is vrij te bezoeken, lunch en diner enkel na reservatie.

Hierna vind je enkele andere goede wijnbars en wijnwinkels die we kunnen aanraden. Even zoeken op Google en je vind meteen de adresjes.

Enoteca Corsi
Trimani
Cavour 313
La Barrique
Casa Bleve
Goccetto
Uve e Forme
Cul de Sac
Del Frate
L’Acino che vola

Stadsbestuur kiest voor voetgangers

Geplaatst door:

Hoe zou het ondertussen zijn met Piazza di San Silvestro, één van de bekendste pleinen in het hart van Rome, dat de voorbije maanden een grondige metamorfose onderging?  Wel, het goede nieuws is dat het nu al een tijdje eindelijk helemaal klaar is. De afwerking gebeurde, zoals wel vaker in Rome, met de nodige vertragingen en hindernissen en dit ondanks het feit dat de aannemer aanvankelijk redelijk voor lag op zijn schema. Maar nu staat alles op de plaats waar het behoort te staan. Voetgangers hebben de macht op het plein haast volledig overgenomen en de schaarse auto’s die op de rand van het plein nog worden geduld zijn taxi’s en de voertuigen van minder mobiele medemensen. Het project heeft ongeveer 3 miljoen euro gekost, inclusief de signalisatie voor de nieuwe verkeerssituatie en de creatie van nieuwe en gewijzigde busroutes. We tonen je met wat uitleg en met een aantal foto’s hoe het nieuwe plein er momenteel uitziet. Want vroeg of laat kom je toch terecht in de basiliek die op dit plein gelegen is.

Het ontwerp, enigszins geïnspireerd op Michelangelo’s geometrische ovaal op Piazza del Campidoglio, is van de bekende architect Paolo Portoghesi. Het vernieuwde plein bestaat uit twee delen. Het eerste ovaalvormige deel doet wat aan een arena denken. In deze ellipsvormige zone bevinden zich vier enorme zitbanken van massieve travertijn. Het tweede deel is rechthoekig en ook hier zijn zitbanken geplaatst. Over de corridor tussen de twee delen mogen op bepaalde tijdstippen nog kleine elektrische shuttlebusjes passeren. Voor het overige bevindt zich wat straatmeubilair op het plein, zoals een drinkfonteintje, vrij veel vuilnisbakken – de bekende metalen Romeinse versie -, paaltjes die de parkeer- en rijzones voor taxi’s afbakenen, telefooncellen en lantaarnpalen.

Er is zelfs plaats vrijgehouden voor een krantenkiosk en vanuit een wachthuisje kijkt een agent van de stadspolitie er op toe dat auto’s zich niet in de buurt wagen en dat graffiti-spuiters hun wapens niet botvieren op de wit glanzende zitbanken. De buurtbewoners zijn niet heel gelukkig met het ontwerp. Er ontbreekt volgens hen vooral groen en ook een grotere fontein zou best hebben gekund, vinden ze. Het nieuwe plein zal regelmatig worden gebruikt voor allerlei culturele evenementen. Hiervoor zal worden samengewerkt met ondermeer de Accademia di Santa Cecilia en de Accademia di Belle Arti. Het plein biedt plaats aan ongeveer 4.000 mensen.

Aan de rand van het plein stoppen nog wel bussen maar van de grote busdepot waarvoor het plein vroeger eigenlijk dienst deed is geen sprake meer. De verbondenheid van het plein met het openbaar vervoer is nochtans historisch gegroeid. Piazza di San Silvestro werd in 1895 aangelegd als eindpunt van de eerste elektrische tram in Rome. Die reed toen tussen stazione Termini en het stadscentrum. De tramsporen werden later vervangen door een busroute, maar fundamenteel wijzigde er al die jaren eigenlijk weinig aan het plein. Alleen de bussen bleven, wat het plein tot één van de drukste in de binnenstad maakte. De belangrijkste ingreep, zeker wat de algemene mobiliteit in deze zone betreft, is dan ook het afschaffen van deze busterminal.

De busdienstregeling van de openbare vervoersmaatschappij ATAC is op deze plaats grondig gewijzigd. Een aantal lijnen zijn volledig vervangen door andere, sommigen kregen belangrijke uitbreidingen naar andere verkeersknooppunten. Zo zijn er nieuwe busroutes ontstaan naar Piazza Venezia, Piramide en Piazzale Flaminio, waar passagiers snel kunnen overstappen op andere bussen, trams, metro en regionale treinen. Waar aanvankelijk werd gevreesd voor vervoerschaos blijkt dat in de praktijk best mee te vallen. Momenteel stappen mensen nogal eens op de verkeerde bus die niet rijdt naar de plaats die ze in gedachten hadden maar dat hoeft in Rome geen ramp te zijn.

De basiliek San Silvestro in Capite die aan dit plein gelegen is werd gewijd aan de heilige paus Silvester I. De toevoeging in Capite heeft betrekking op het reliek van (een deel van het hoofd) van Johannes de Doper, dat zich in deze kerk bevindt. De eerste kerk op deze plaats werd in de 8ste eeuw gebouwd in opdracht van de pausen Stefanus III en Paulus I. Dat gebeurde op de restanten van een aan Apollo gewijde tempel. De kerk werd in 1198 – gedurende het pontificaat van paus Innocentius III herbouwd en vervolgens geschonken aan de zusters Clarissen. Aan het begin van de 17de eeuw volgde een derde verbouwing, waarbij de kerk grotendeels haar huidige vorm en uiterlijk kreeg. Enkel de gevel is nog een eeuw jonger. In deze kerk worden ook de relieken van ondermeer Silvester, paus Stefanus I, paus Dionysius en de heilige Tarcisius bewaard.

In 1890 werd de San Silvestro in Capite door paus Leo XIII geschonken aan de Engelse katholieke gemeenschap. De kerk wordt tegenwoordig bediend door Ierse pallottijnen, een gemeenschap die in 1835 door Vincenzo Pallotti werd opgericht voor jeugd- en gevangenispastoraat en missiewerk. De kerk dient ook de Filipijnse gemeenschap in Rome. Naast de kerk bevond zich vroeger het klooster van de zusters Clarissen. Zij verbleven er tot 1876. Vandaag doet het gebouw dienst als postkantoor.

Colosseum pakt uit met audiogids in het Latijn

Geplaatst door:

Waarschijnlijk is het uniek in de wereld: het Colosseum pakt vanaf 2 mei uit met een audiogids in het Latijn. Voor wie zich helemaal in de sfeer van het Oude Rome wil onderdompelen kan dat voortaan ook tijdens het luisteren naar de oorspronkelijke taal. De vertaling gebeurde door een hoge functionaris van het Vaticaan die bekend staat als één van de beste latinisten ter wereld. Met alle respect voor Tacitus, Vergilius of Livius, gebruikt de spreker van dienst het Latijn bovendien alsof het om een levende taal gaat en schuwt geen neologismen. Er zijn plannen om het taalproject uit te breiden tot het Forum Romanum en Palatijn.